De meeste mensen leven twee levens: het leven dat ze leiden en het leven dat ergens diep vanbinnen nog op hen wacht.

Ik moest aan die uitspraak van schrijver Steven Pressfield denken toen ik onlangs met iemand sprak die eigenlijk alles goed voor elkaar had. Een fijne relatie, gezonde kinderen, een goede baan, een mooi huis en voldoende financiële zekerheid. Het plaatje klopte. Toch zat ze tegenover me en zei: ‘Ik snap het niet. Ik heb eigenlijk niets om ongelukkig over te zijn, maar toch voelt het alsof dit niet helemaal mijn leven is.’

Dat woordje eigenlijk hoor ik vaak.

Eigenlijk heb ik een leuke baan. Eigenlijk heb ik een goede relatie. Eigenlijk mag ik helemaal niet klagen. Eigenlijk zou ik tevreden moeten zijn.

En misschien herken je dat wel.

Je leven is niet verkeerd. Sterker nog, voor iemand die van een afstandje meekijkt, ziet het er waarschijnlijk prima uit. Je werkt, zorgt voor je gezin, spreekt af met vrienden, gaat op vakantie en probeert tussendoor ook nog een beetje goed voor jezelf te zorgen. Je agenda zit behoorlijk vol, maar dat hoort nu eenmaal bij deze fase van je leven.

En toch is er af en toe dat gevoel.

Is dit het nou?

Meestal drukken we die gedachte vrij snel weer weg. Niet zeuren. Er zijn mensen die het veel slechter hebben. Bovendien moet er nog van alles gebeuren. De kinderen moeten ergens naartoe, er ligt werk te wachten en vanavond moet er ook gewoon gegeten worden.

Dus je gaat verder.

Dat is misschien wel het bijzondere. Niemand besluit op een dinsdagochtend: vanaf vandaag ga ik een leven leiden dat steeds minder bij mij past. Zo werkt het natuurlijk niet. Het gebeurt heel geleidelijk.

We leren al jong hoe het leven ongeveer bedoeld is. Goed je best doen op school, een opleiding kiezen, werk vinden, verantwoordelijkheid nemen, voor anderen zorgen en een beetje succesvol proberen te zijn. Ondertussen ontdekken we ook wat onze omgeving prettig vindt. Niet te moeilijk doen. Rekening houden met anderen. Doorzetten. Je afspraken nakomen. Geen mensen teleurstellen.

Allemaal heel normale en vaak ook waardevolle dingen.

Maar als je jarenlang vooral goed wordt in voldoen aan verwachtingen, kan er iets geks gebeuren. Je weet op een gegeven moment precies wat er van je wordt verwacht, maar steeds minder goed wat je zelf eigenlijk wilt.

Ik zie dat regelmatig in mijn praktijk.

Mensen komen niet binnen met de mededeling dat ze te ver zijn afgedreven van hun waarden. Ze zeggen dat ze moe zijn. Dat ze slecht slapen. Dat ze zich onrustig voelen. Dat ze nergens meer echt zin in hebben. Dat hun hoofd nooit stilstaat. Of dat ze ineens ontzettend emotioneel kunnen reageren op iets kleins.

En dan gebeurt er iets wat ik interessant vind.

We gaan ervan uit dat dat vervelende gevoel weg moet.

We willen ons weer goed voelen. We willen van de onrust af. We willen beter slapen. We willen minder piekeren. Het probleem moet worden opgelost, zodat we daarna weer verder kunnen met het leven dat we al leefden.

Maar wat als dat gevoel niet alleen het probleem is?

Wat als het je iets probeert te vertellen?

Misschien ben je niet alleen moe omdat je te weinig rust. Misschien ben je moe van altijd beschikbaar zijn voor anderen. Misschien komt die onrust niet alleen doordat je te veel nadenkt, maar doordat je al heel lang iets belangrijks niet doet. Misschien voel je je niet leeg omdat er iets mis met je is, maar omdat je dagen gevuld zijn met dingen die moeten en er steeds minder ruimte overblijft voor dingen die voor jou van betekenis zijn.

Dan wordt de vraag ineens anders.

Niet: hoe krijg ik dit gevoel weg?

Maar: wat vertelt dit gevoel mij over de manier waarop ik mijn leven leef?

Je Moet Niks gaat daarom ook helemaal niet over nergens meer verantwoordelijk voor zijn of alleen nog maar doen waar je zin in hebt. Dat zou een vrij onwerkbaar leven worden.

Het gaat over leren herkennen vanuit welke regels jij bent gaan leven.

Misschien zeg je bijna automatisch ja als iemand je iets vraagt. Misschien vind je dat je altijd sterk moet zijn. Misschien moet jij eerst zorgen dat iedereen om je heen tevreden is voordat jij aan de beurt bent. Misschien werk je al twintig jaar keihard omdat succes ooit belangrijk voor je was, terwijl je inmiddels veel liever tijd zou hebben voor andere dingen.

We dragen allemaal een enorme verzameling van dat soort regels met ons mee.

En het ingewikkelde is dat veel van die regels ooit prima hebben gewerkt. Ze hebben je misschien ver gebracht. Alleen vergeten we af en toe te controleren of ze nog steeds passen bij het leven dat we nú willen leiden.

Daar begint voor mij mentale fitheid.

Niet bij jezelf opnieuw uitvinden. Ook niet bij het maken van een totaal nieuw levensplan.

Maar bij aandacht.

Even stoppen met rennen en werkelijk kijken naar wat er gebeurt. Wat geeft me energie? Waar loop ik op leeg? Wanneer voel ik dat ik mezelf voorbijloop? Welke keuzes maak ik omdat ik ze belangrijk vind en welke vooral omdat ik denk dat het zo hoort?

En vervolgens accepteren dat de antwoorden daarop soms ongemakkelijk zijn.

Want stel dat je ontdekt dat je iets anders wilt dan je partner. Dat je werk waar je jarenlang voor hebt gevochten je eigenlijk niet meer gelukkig maakt. Dat je meer tijd alleen nodig hebt. Of dat je een keuze wilt maken waarvan je weet dat je omgeving hem niet begrijpt.

Dan komt er onzekerheid.

En precies daar gaan we vaak weer terug naar het vertrouwde leven.

Niet omdat dat leven beter bij ons past, maar omdat het bekend is.

Het vraagt behoorlijk wat zelfwaardering om dan toch te durven onderzoeken welke richting bij jou past. Niet omdat je belangrijker bent dan alle anderen, maar omdat jouw leven óók meetelt.

En misschien zit daar wel het tweede leven waar Pressfield het over heeft.

Niet ergens ver weg.

Niet in een huis in Toscane, een wereldreis of een compleet nieuwe carrière.

Misschien zit dat ongeleefde leven gewoon in een paar keuzes die je al heel lang niet maakt.

Een middag vrij nemen zonder je schuldig te voelen. Eindelijk dat gesprek voeren. Vaker tijd maken voor iemand van wie je houdt. Iets doen waar je vroeger ontzettend blij van werd. Stoppen met overal ja op zeggen. Of eindelijk toegeven dat iets wat ooit bij je paste dat nu niet meer doet.

Kleine keuzes, maar wel jouw keuzes.

Ik denk dat we vaak wachten op een groot moment waarop we eindelijk ons leven gaan leiden zoals we dat echt willen. Als de kinderen groter zijn. Als het rustiger wordt op het werk. Als we financieel wat meer ruimte hebben. Als we met pensioen zijn.

Maar het leven kondigt dat moment niet aan.

Het is er al.

Vandaag.

En daarom vind ik de gedachte van die twee levens zo confronterend.

Want ergens weten de meesten van ons best goed welk leven we daadwerkelijk leiden.

De interessantere vraag is:

Welk leven in jou krijgt nog te weinig ruimte?

Misschien hoef je vandaag helemaal niets te veranderen.

Je moet niks.

Maar je zou wel eens kunnen luisteren naar het antwoord.

Stop met moeten. Start met leven.